WAARDERINGSREGELS EN METHODES VOOR DE BEREKENING VAN DE FISCALE LATENTIES
Opgave van de gehanteerde criteria voor de waardering van de verschillende posten van de geconsolideerde jaarrekening inzonderheid:
voor de vorming en aanpassing van afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten, alsmede voor de herwaardering (in toepassing van artikel 165,VI.a van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek vennootschappen).
voor de omrekeningsgrondslagen van de bedragen die in een andere munt zijn of oorspronkelijk waren uitgedrukt dan de munt waarin de geconsolideerde jaarrekening is opgesteld en van de boekhoudstaten van dochterondernemingen en van geassocieerde vennootschappen naar buitenlands recht (in toepassing van artikel 165, VI.b. van voormeld koninklijk besluit).
A. Aktief
1. Oprichtingskosten
De oprichtingskosten worden geactiveerd en voor 100 % ten laste van het bedrijfsresultaat genomen in het boekjaar waarin ze werden besteed.
Herstructureringskosten worden alleen dan onder de activa opgenomen, wanneer het gaat om welbepaald kosten die verband houden met een ingrijpende wijziging in de structuur of de organisatie van de ondernemingen en wanneer die kosten ertoe strekken een gunstige en duurzame invloed te hebben op de rendabiliteit van de ondernemingen.
Zij worden lineair afgeschreven over een periode van 5 jaar.
2. Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen hun aanschaffingswaarde.
Titels worden niet gewaardeerd, tenzij bij aankoop van derden.
De kosten van onderzoek en ontwikkeling en de intra-groep aangekochte goodwill worden volledig ten laste van het bedrijfsresultaat genomen.
Goodwill kan enkel gehandhaafd worden op de balans indien er een return voorzien is op de
onderliggende activiteiten.
Afschrijving : 5-20 jaar
Software wordt lineair afgeschreven over 3 jaar.
3. Consolidatieverschillen
De consolidatiegoodwill bestaat enerzijds uit de positieve verschillen ontstaan bij de toepassing van de integrale consolidatiemethode en anderzijds uit de positieve verschillen na toepassing van de vermogensmutatiemethode.
De positieve consolidatieverschillen worden lineair afgeschreven over een periode van 5, 10 of 20 jaar afhankelijk van de sector waarin de deelneming zich situeert.
4. Materiele vaste activa
De materiele vaste activa worden gewaardeerd tegen hun aanschaffingswaarde,
dit is de inkoopprijs inbegrepen bijkomende kosten), hun kostprijs of hun inbrengwaarde.
Volgende afschrijvingsperiodes worden toegepast :
- Terreinen : op terreinen wordt niet afgeschreven
- Gebouwen : 10-50 jaar,
- Vruchtgebruik : lineair over de looptijd van de desbetreffende overeenkomst.
- Installaties machines en uitrusting : 4-15 jaar
- Andere bedrijfsmiddelen 2 -10 jaar
- Vooruitbetalingen op vaste activa en activa in aanbouw :
Hogervermelde afschrijvingsmethodes en -percentages worden toegepast naargelang de aard van de desbetreffende activa.
5. Financiële vaste activa
Niet geconsolideerde deelnemingen worden gewaardeerd tegen de aanschaffingsprijs of aan een verminderde waarde wanneer de toestand van deze ondernemingen deze waardevermindering noodzakelijk maakt.
Vorderingen en borgtochten worden geboekt aan nominale waarde. Waardeverminderingen worden toegepast in geval van onzekerheid over de gehele of gedeeltelijke terugbetaling.
6. Voorraden
Grondstoffen en hulpstoffen, worden gewaardeerd op basis van de gewogen gemiddelde kostprijs. Handelsgoederen worden gewaardeerd tegen de aanschaffingsprijs of de vervaardigingsprijs. Indien de realisatiewaarde op balansdatum lager is, wordt een waardevermindering geboekt. De niet uitgezonden uitzendrechten van films en andere producties worden in de balans opgenomen onder "voorraden" tegen hun aanschaffingswaarde.
7. Vorderingen
Vorderingen worden in de balans opgenomen voor hun nominale waarde.
Er worden waardeverminderingen toegepast zo er voor het geheel of een gedeelte van een vordering onzekerheid bestaat over de betaling hiervan op de vervaldag.
Vorderingen in vreemde deviezen worden omgerekend naar Euro aan de koers geldig op balansdatum.
8. Geldbeleggingen
Geldbeleggingen worden geboekt aan nominale waarde.
De rekeningen in vreemde deviezen worden omgerekend naar Euro aan de koers geldig op balansdatum.
9. Liquide middelen
De beschikbare waarden worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
De rekeningen in vreemde deviezen worden omgerekend naar Euro aan de koers geldig op balansdatum.
B. Passief
1. Kapitaalsubsidies
De kapitaalsubsidies worden in de balans opgenomen voor hun nominale waarde bij de toekenning voor de bevoegde instantie.
Zij worden geleidelijk in het resultaat opgenomen als financiële opbrengst volgens hetzelfde
ritme als de afschrijvingen op de materiele vaste activa waarop ze betrekking hebben.
2. Schulden
De schulden worden in de balans opgenomen voor hun nominale waarde.
Schulden in vreemde deviezen worden omgerekend naar Euro aan de koers geldig op balansdatum.
3. Kosten voor klein en groot onderhoud en herstellingen.
De kosten voor klein onderhoud en herstellingen worden geboekt in het boekjaar waarin ze
worden uitgevoerd. Jaarlijks wordt een voorziening gevormd ten laste van de bedrijfsresultaat met het oog op grote herstellings- en onderhoudswerken.
4. Pensioenverplichtingen
Pensioenverplichtingen worden voorzien op basis van een actuariele berekening conform de 'projected unit of credit method'. Met betrekking tot de 'defined benefit' plannen die in voege zijn bij de Nederlandse dochterondernemingen en die ondergebracht zijn bij sectorpensioenfondsen, wordt geen netto verplichting berekend. Dit is in overeenstemming met de Nederlandse richtlijnen (RJ271) en IAS 19 inzake sectorpensioenfondsen.
Deze plannen worden boekhoudkundig als 'defined contribution' plannen verwerkt.
5. Negatieve consolidatieverschillen
Negatieve consolidatieverschillen worden opgenomen op de daarvoor voorziene post in het eigen vermogen. Dit consolidatieverschil wordt a rato van de verliezen in resultaat genomen wanneer deze oorspronkelijk geboekt werden ten gevolge van verwachte ongunstige resultaten van de betrokken dochteronderneming. De in resultaatname wordt geboekt in min van de afschrijvingen op de positieve consolidatieverschil.