Financiële resultaten

De acquisitie van ex-PCM, het huidige de Persgroep Nederland, is eind 2010 financieel helemaal verwerkt. 2010 was het eerste volledige jaar van de nieuwe groep, waarbij de bedrijfsopbrengsten groeiden naar 932 mio €, egaal verdeeld over België en Nederland. Mede dankzij de sterke prestaties in de bestaande Belgische audiovisuele en uitgeefactiviteiten groeide de EBITDA met 63% tot 146 mio € en de netto winst (na afschrijvingen goodwill) met 21% tot 34 mio €. Anderhalf jaar na de acquisitie is de balans quasi vrij van netto financiële schuld.

Dames en Heren,

Namens de Raad van Bestuur van De Persgroep heb ik het genoegen om u de resultaten over het boekjaar 2010 te mogen voorstellen.
Vorig jaar hadden wij u gemeld dat de volle impact van de  acquisitie medio 2009 van PcM - intussen in De Persgroep Nederland omgedoopt – pas vanaf 2010  zichtbaar zou worden.  En dit  niet alleen omdat de verworven activiteiten pas dat boekjaar voor het eerst voor een volledig jaar worden geconsolideerd, maar tevens omdat de eerste positieve effecten van  het nieuwe ondernemingsplan voor De Persgroep Nederland dan reeds tot uiting zouden komen.

En inderdaad, de geconsolideerde resultaten van De Persgroep die we u vandaag mogen voorstellen lossen de verwachtingen meer dan in : de bedrijfsopbrengsten stegen met 17 % tot € 932 mio, de bedrijfswinst met 64,6 % tot € 101,1 mio, de exploitatiecashflow (EBITDA) met 62,8 % tot € 146,6 mio en de nettowinst met 21 % tot  € 34,3 mio.

Neemt men de exploitatiecashflow als ijkpunt, dan is de mooie  groei van het geconsolideerde resultaat zowel te danken aan de recent overgenomen activiteiten in Nederland, als van de bestaande activiteiten in België.

De bijdrage van de Persgroep Nederland in de exploitatiecashflow groeide van € 12 mio tot € 42 mio, zij het dat deze stijging nogal contrasterende evoluties verbergt : terwijl de kranten AD, De Volkskrant en Trouw in 2010 voor het eerst sinds vele jaren terug groeicijfers wisten te realiseren op de lezersmarkt, dienden zij vorig jaar een bijkomende daling van € 16 mio te verwerken op de advertentiemarkten, en op de personeelsmarkt in het bijzonder.  De EBITDA-sprong is dan ook voornamelijk de vrucht van de ingrijpende herstructureringen die na de overname van PcM werden doorgevoerd.

Maar ook de bestaande activiteiten van De Persgroep in België kenden een succesvol jaar in 2010, met een EBITDA aangroei van € 26  mio (+ 33 %), nagenoeg gelijkmatig verdeeld over de publishing en de audiovisuele activiteiten.

De Persgroep is dus in haar ambitie geslaagd om, middels de acquisitie van PcM, van Nederland een tweede thuismarkt te maken en aldus een echte binationale onderneming te worden.

De Persgroep heeft nu een solide financiële basis om zijn expansiestrategie in België en Nederland verder te zetten. De Raad van Bestuur spreekt zijn vertrouwen uit in de toekomst van de groep.

 

Ludwig Criel
Voorzitter



WAARDERINGSREGELS EN METHODES VOOR DE BEREKENING VAN DE FISCALE LATENTIES

Opgave van de gehanteerde criteria voor de waardering van de verschillende posten van de geconsolideerde jaarrekening inzonderheid:

voor de vorming en aanpassing van afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten, alsmede voor de herwaardering (in toepassing van artikel 165,VI.a van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek vennootschappen).

voor de omrekeningsgrondslagen van de bedragen die in een andere munt zijn of oorspronkelijk waren uitgedrukt dan de munt waarin de geconsolideerde jaarrekening is opgesteld en van de boekhoudstaten van dochterondernemingen en van geassocieerde vennootschappen naar buitenlands recht (in toepassing van artikel 165, VI.b. van voormeld koninklijk besluit).

 

A. Aktief

1. Oprichtingskosten

De oprichtingskosten worden geactiveerd en voor 100 % ten laste van het bedrijfsresultaat genomen in het boekjaar waarin ze werden besteed.
Herstructureringskosten worden alleen dan onder de activa opgenomen, wanneer het gaat om welbepaald kosten die verband houden met een ingrijpende wijziging in de structuur of de organisatie van de ondernemingen en wanneer die kosten ertoe strekken een gunstige en duurzame invloed te hebben op de rendabiliteit van de ondernemingen.
Zij worden lineair afgeschreven over een periode van 5 jaar.

2. Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen hun aanschaffingswaarde.
Titels worden niet gewaardeerd, tenzij bij aankoop van derden.
De kosten van onderzoek en ontwikkeling en de intra-groep aangekochte goodwill worden volledig ten laste van het bedrijfsresultaat genomen.
Goodwill kan enkel gehandhaafd worden op de balans indien er een return voorzien is op de
onderliggende activiteiten.
Afschrijving : 5-20 jaar
Software wordt lineair afgeschreven over 3 jaar.

3. Consolidatieverschillen

De consolidatiegoodwill bestaat enerzijds uit de positieve verschillen ontstaan bij de toepassing van de integrale consolidatiemethode en anderzijds uit de positieve verschillen na toepassing van de vermogensmutatiemethode.
De positieve consolidatieverschillen worden lineair afgeschreven over een periode van 5, 10 of 20 jaar afhankelijk van de sector waarin de deelneming zich situeert.

4. Materiele vaste activa


De materiele vaste activa worden gewaardeerd tegen hun aanschaffingswaarde,
dit is de inkoopprijs inbegrepen bijkomende kosten), hun kostprijs of hun inbrengwaarde.
Volgende afschrijvingsperiodes worden toegepast :
- Terreinen : op terreinen wordt niet afgeschreven
- Gebouwen : 10-50 jaar,
- Vruchtgebruik : lineair over de looptijd van de desbetreffende overeenkomst.
- Installaties machines en uitrusting : 4-15 jaar
- Andere bedrijfsmiddelen 2 -10 jaar
- Vooruitbetalingen op vaste activa en activa in aanbouw :
Hogervermelde afschrijvingsmethodes en -percentages worden toegepast naargelang de aard van de desbetreffende activa.

5. Financiële vaste activa

Niet geconsolideerde deelnemingen worden gewaardeerd tegen de aanschaffingsprijs of aan een verminderde waarde wanneer de toestand van deze ondernemingen deze waardevermindering noodzakelijk maakt.
Vorderingen en borgtochten worden geboekt aan nominale waarde. Waardeverminderingen worden toegepast in geval van onzekerheid over de gehele of gedeeltelijke terugbetaling.

6. Voorraden

Grondstoffen en hulpstoffen, worden gewaardeerd op basis van de gewogen gemiddelde kostprijs. Handelsgoederen worden gewaardeerd tegen de aanschaffingsprijs of de vervaardigingsprijs. Indien de realisatiewaarde op balansdatum lager is, wordt een waardevermindering geboekt. De niet uitgezonden uitzendrechten van films en andere producties worden in de balans opgenomen onder "voorraden" tegen hun aanschaffingswaarde.

7. Vorderingen

Vorderingen worden in de balans opgenomen voor hun nominale waarde.
Er worden waardeverminderingen toegepast zo er voor het geheel of een gedeelte van een vordering onzekerheid bestaat over de betaling hiervan op de vervaldag.
Vorderingen in vreemde deviezen worden omgerekend naar Euro aan de koers geldig op balansdatum.

8. Geldbeleggingen

Geldbeleggingen worden geboekt aan nominale waarde.
De rekeningen in vreemde deviezen worden omgerekend naar Euro aan de koers geldig op balansdatum.

9. Liquide middelen

De beschikbare waarden worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
De rekeningen in vreemde deviezen worden omgerekend naar Euro aan de koers geldig op balansdatum.

 

B. Passief

1. Kapitaalsubsidies

De kapitaalsubsidies worden in de balans opgenomen voor hun nominale waarde bij de toekenning voor de bevoegde instantie.
Zij worden geleidelijk in het resultaat opgenomen als financiële opbrengst volgens hetzelfde
ritme als de afschrijvingen op de materiele vaste activa waarop ze betrekking hebben.

2. Schulden

De schulden worden in de balans opgenomen voor hun nominale waarde.
Schulden in vreemde deviezen worden omgerekend naar Euro aan de koers geldig op balansdatum.

3. Kosten voor klein en groot onderhoud en herstellingen.

De kosten voor klein onderhoud en herstellingen worden geboekt in het boekjaar waarin ze
worden uitgevoerd. Jaarlijks wordt een voorziening gevormd ten laste van de bedrijfsresultaat met het oog op grote herstellings- en onderhoudswerken.

4. Pensioenverplichtingen

Pensioenverplichtingen worden voorzien op basis van een actuariele berekening conform de 'projected unit of credit method'. Met betrekking tot de 'defined benefit' plannen die in voege zijn bij de Nederlandse dochterondernemingen en die ondergebracht zijn bij sectorpensioenfondsen, wordt geen netto verplichting berekend. Dit is in overeenstemming met de Nederlandse richtlijnen (RJ271) en IAS 19 inzake sectorpensioenfondsen.
Deze plannen worden boekhoudkundig als 'defined contribution' plannen verwerkt.

5. Negatieve consolidatieverschillen

Negatieve consolidatieverschillen worden opgenomen op de daarvoor voorziene post in het eigen vermogen. Dit consolidatieverschil wordt a rato van de verliezen in resultaat genomen wanneer deze oorspronkelijk geboekt werden ten gevolge van verwachte ongunstige resultaten van de betrokken dochteronderneming. De in resultaatname wordt geboekt in min van de afschrijvingen op de positieve consolidatieverschil.




















VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING DER
AANDEELHOUDERS VAN DE VENNOOTSCHAP DE PERSGROEP NV OVER
DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING OVER HET BOEKJAAR
AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2010

Overeenkomstig de wettelijke en statutaire bepalingen, brengen wij U verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons oordeel over de geconsolideerde jaarrekening evenals de vereiste bijkomende vermelding.

Verklaring over de geconsolideerde jaarrekening zonder voorbehoud
Wij hebben de controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van
De Persgroep NV en haar dochterondernemingen (de "Groep") over het boekjaar
afgesloten op 31 december 2010, opgesteld op basis van het in België van
toepassing zijnde boekhoudkundig referentiestelsel, met een balanstotaal van
EUR (000) 764.730 en waarvan de geconsolideerde resultatenrekening afsluit met
een geconsolideerde winst van EUR (000) 34.433.

Het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening valt onder de
verantwoordelijkheid van de raad van bestuur. Deze verantwoordelijkheid omvat:
het opzetten, implementeren en in stand houden van een interne controle met
betrekking tot het opstellen en de getrouwe weergave van de geconsolideerde
jaarrekening die geen afwijkingen bevat van materieel belang als gevolg van fraude
of van fouten, alsook het kiezen en toepassen van geschikte waarderingsregels en
het maken van boekhoudkundige ramingen die onder de gegeven omstandigheden
redelijk zijn.
Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel te geven over deze geconsolideerde
jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle uitgevoerd
overeenkomstig de wettelijke bepalingen en volgens de in België geldende
controlenormen, zoals uitgevaardigd door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren.
Deze controlenormen vereisen dat onze controle zo wordt georganiseerd en
uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de
geconsolideerde jaarrekening geen afwijkingen bevat van materieel belang.

Overeenkomstig deze normen, hebben wij controlewerkzaamheden uitgevoerd ter
staving van de in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen bedragen en
inlichtingen. De keuze van de uitgevoerde werkzaamheden is afhankelijk van onze
beoordeling en van de inschatting van het risico op materiële afwijkingen in de
geconsolideerde jaarrekening als gevolg van fraude of van fouten. Bij het maken
van die risico-inschatting, hebben wij rekening gehouden met de interne controle
van de Groep met betrekking tot het opstellen en de getrouwe weergave van de
geconsolideerde jaarrekening om controleprocedures vast te leggen die geschikt
zijn in de gegeven omstandigheden, maar niet om een oordeel te geven over de
doeltreffendheid van die interne controle. Wij hebben tevens een beoordeling
gemaakt van het passende karakter van de waarderingsregels en de
consolidatiegrondslagen, de redelijkheid van de door de vennootschap gemaakte
boekhoudkundige ramingen en de voorstelling van de geconsolideerde
jaarrekening in haar geheel. Ten slotte hebben wij van de raad van bestuur en de
verantwoordelijken van de Groep de voor onze controle noodzakelijke
verduidelijkingen en inlichtingen bekomen. Wij zijn van mening dat de door ons
verkregen informatie een redelijke basis vormt voor het uitbrengen van ons oordeel.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening afgesloten op
31 december 2010 een getrouw beeld van het vermogen, de financiële toestand en
de resultaten van de Groep, in overeenstemming met het in België van toepassing
zijnde boekhoudkundig referentiestelsel.

Bijkomende vermelding
Het opstellen en de inhoud van het geconsolideerde jaarverslag vallen onder de
verantwoordelijkheid van de raad van bestuur.
Het is onze verantwoordelijkheid om in ons verslag de volgende bijkomende
vermelding op te nemen die niet van aard is om de draagwijdte van onze verklaring
over de geconsolideerde jaarrekening te wijzigen:

    Het geconsolideerde jaarverslag behandelt de door de wet vereiste inlichtingen en stemt overeen met de geconsolideerde jaarrekening. Wij kunnen ons echter niet uitspreken over de beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee de Groep wordt geconfronteerd, alsook van haar positie, haar voorzienbare evolutie of de aanmerkelijke invloed van bepaalde feiten op haar toekomstige ontwikkeling. Wij kunnen evenwel bevestigen dat de verstrekte gegevens geen onmiskenbare inconsistenties vertonen met de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat.

 

Gent, 25 maart 2011

De commissaris
PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren BCVBA
Vertegenwoordigd door

 

Eddy Dams
Bedrijfsrevisor

corner bottom left